logo

Postbus 336
2400 AH
Alphen aan den Rijn
Rijndijk 263a
2394 CE
Hazerswoude-Rijndijk

Tel. +31 (0)71 3415146,
Fax +31 (0)71 3415829
info@rhizopon.com
1385743405_facebook_square
1385743392_youtube_square_color
1385743401_twitter_square

Klik hier om rechtstreeks naar de stektabel te gaan.

De technische adviseurs van Rhizopon bezoeken dagelijks plantenvermeerderingsbedrijven. In deze bedrijven tracht men in te spelen op de hoogste eisen en de laatste trends. De markt vraagt steeds grotere partijen planten van uniforme en hoge kwaliteit die op te voren vastgesteld tijdstip geleverd moeten worden.

Dat de prijs niet of nauwelijks mag stijgen spreekt voor zich. Mede, om daaraan te kunnen voldoen, moet in ieder geval het uitgangsmateriaal (het stek) perfect in orde zijn. De oorzaak van veel teeltproblemen ligt aan de minder goede kwaliteit van de stekken.

Een belangrijke stelregel:
Een goede start (stek) is noodzakelijk voor een succesvolle teelt.

Selecteren van de moederplanten
In het verleden was het normaal om stek te knippen van een plant die ergens in een hoekje op de kwekerij stond. Zuinige kwekers liepen met de snoeischaar het openbaar groen af. Zeker in het laatste geval wist men vaak niet hoe de conditie van de moederplant was. Omdat de beste moederplanten het beste stek leveren is het van groot belang deze zorgvuldig uit te zoeken of op te kweken.

Doorgaande selectie
Maak bij elke teeltcyclus een selectie van planten met de beste eigenschappen om mee verder te kweken. Kies daaruit de beste planten en gebruik die als uitgangsmateriaal.

Dunne stek
De plaats van de scheut aan de plant heeft grote invloed op de snelheid van wortelen van het stek. Neem van de geselecteerde planten scheuten die dicht bij de basis zitten. Bij moeilijk wortelende gewassen is het verstandig de dunnere scheuten te kiezen, die wortelen beter.

Moederplanten onder geconditioneerde omstandigheden
Kweek de zorgvuldig geselecteerde stekken op onder de beste, volledig gecontroleerde, omstandigheden. Als de kweker zijn moerplant geeft wat ze nodig heeft, geeft de moederplant precies wat de kweker nodig heeft: superstek.

Weefselkweek
Bij het opkweken van moederplanten geeft weefselkweek in de meeste gevallen beter wortelend stek dan 'gewone' moederplanten. Bovendien zijn planten uit meristeemcultuur virusvrij.
Alleen een goed geworteld stek kan een goed eindprodukt leveren.

Snel wortelen
Hoe sneller een stek beworteld is, hoe eerder hij zelfstandig en weerbaar is. Beworteld stek is een zelfstandige plant die in staat is om zijn eigen energie aan te maken. Een zelfstandige plant is weerbaar tegen ziekten.


De optimale omstandigheden voor beworteling
Een stek die niet onder de beste omstandigheden kan wortelen verliest onnodig energie. Een minder goed wortelstelsel is het gevolg. Om zelf energie te kunnen maken heeft een plant o.a. licht, water, CO2 en zuurstof nodig.

Licht
Omdat (zon)licht een hoge temperatuur met zich mee brengt, moeten we hier veel aandacht aan besteden. Licht is nodig voor de fotosynthese. Het onbewortelde stek is nog niet tot veel fotosynthese in staat en heeft aan weinig licht al voldoende. Het is belangrijker te zorgen voor een lange lichtperiode per etmaal (minimaal 16 tot 18 uur), dan het stek bloot te stellen aan fel -licht, wat veel warmte met zich meebrengt. Met kunstlicht kan de lichtperiode eventueel worden verlengd.  Lichthoeveelheid wordt gemeten in het voor de plant bruikbare PAR spectrum. PAR bevind zich tussen 350 en 750 nanometer, waardes buiten dit spectrum wordt wel als licht aangeduid maar kan niet door de plant gebruikt worden. De eenheid die hierbij hoort is mol/s-1/m2 (micromoll per seconde per vierkante meter). Deze waarde geeft het aantal lichtdeeltjes weer dat per seconde op een vierkante meter neerkomt.

Daglengte
Daglengte is voor de meeste planten bepalend voor het bloeimoment. Ook groei wordt bepaald door de daglengte, bij korte dagen stoppen de meeste planten met groeien en dus ook wortelsvormen. Het is belangrijk te weten bij welke daglengtes de planten in hun oorspronkelijke groei omstandigheden gewend zijn. Zuid-Afrika heeft daglengtes van 11,5 uur

Water
Water is voor een plant als bloed voor een mens.

Daarom is een goed wortelstelsel wat het water kan opnemen zo belangrijk voor een plant. Geef een stek de kans een zo goed mogelijk wortelstelsel aan te leggen!
Ook voor de wortelaanleg is de beschikbaarheid van water van groot belang. Een te droog substraat veroorzaakt celafsterving, Afgestorven cellen verhogen de kans op zwartrot.
Een te droog substraat stimuleert callusvorming. Een veel voorkomend misverstand is dat callus gunstig zou zijn voor de beworteling. Het tegendeel is waar: callus belemmert en vertraagt de wortelvorming.

De vochtigheid van de grond is te meten met een tensiometer. Deze geeft aan wanneer het medium droog, vochtig of nat is. Voor een optimale beworteling moet de meter tussen vochtig en nat aangeven. Door de trays regelmatig te wegen kunt u controleren of ze nog het juiste gewicht (lees vochtigheid) hebben. Water geven op basis van deze informatie, geeft in de praktijk goede resultaten.

CO2
Ook voor stek is fotosynthese belangrijk. Het is daarom noodzakelijk dat naast licht en water ook voldoende CO2 beschikbaar is. Bovendien helpt een verhoogd CO2 gehalte in de lucht de verdamping door het stek te voorkomen.
Stekken die in een omgeving staan met voldoende licht en een verhoogd CO2 gehalte van 800 tot 1.000 p.p.m. wortelen beter.

Zuurstof
Zuurstof is onmisbaar voor de celdeling en dus ook voor de wortelvorming. Daarom moet het stek in een substraat worden gestoken wat voldoende open van structuur is, om lucht, dus zuurstof, bij de ontwikkelende wortels toe te laten.
Voorts zijn van groot belang de luchtvochtigheid en de temperatuur. Een kort steksteeltje geeft in het algemeen een betere beworteling. De basis van het korte steksteeltje bevind zich hoger in het steksubstraat waar gas uitwisseling beter plaatsvind en het zuurstofgehalte hoger is en de bewortelingsomstandigheden beter zijn.

Luchtvochtigheid
Onbeworteld stek moet de hoogst mogelijke luchtvochtigheid krijgen. Luchtvochtigheid wordt sterk beïnvloed door de temperatuur. Op het moment dat de eerste wortels ontstaan kan de luchtvochtigheid omlaag. Het beworteld stekje kan dan beter assimileren.

Temperatuur
Om te grote verdamping tegen te gaan is het belangrijk om de temperatuur te controleren. De bodemtemperatuur heeft directe invloed op de snelheid van de beworteling. Een bodemtemperatuur tussen 20 en 27 °C is ideaal tijdens de eerste bewortelingsfase. Daarna kan de temperatuur enkele graden dalen. Om de bovengrondse groei wat te remmen moet de luchttemperatuur iets lager zijn dan de bodemtemperatuur. Het stek moet zich hoofdzakelijk bezighouden met de beworteling. De bovengrondse groei komt later.

Bewortelingsregulator
Hoewel stekken soms ook zonder een behandeling met een bewortelingsregulator wortels vormen, is het gebruik van een bewortelingsregulator belangrijk. Bij goed gebruik van deze stoffen zullen stekken namelijk sneller, gelijkmatiger en betere wortels vormen.

Sneller is belangrijk om het stek zo snel mogelijk een eigen watervoorziening te geven. Gelijkmatig zodat er geen achterblijvers zijn die het productieproces hinderen en vertragen. Beter bewortelen wil zeggen: het stek vormt wortels rondom en over enkele centimeters aan de basis in plaats van hier en daar een enkel worteltje. Alleen goed beworteld stek kan uitgroeien tot een kwaliteitsplant.


Meten is weten
Om een plant optimaal te laten groeien, is het belangrijk te weten wanneer en wat er in de plant gebeurt. Het is daarom aan te bevelen de verschillende processen in de plant met de juiste meetinstrumenten te registreren.
Er zijn vele sensoren te koop die verschillende processen in en om de plant kunnen meten. Eerder werd de tensiometer genoemd, welke de vochtigheid van de grond vaststellen. Ook het CO2 gehalte van de lucht is meetbaar, net als de hoeveelheid licht die op een plant valt. Zelfs de hoeveelheid water die door een stengel stroomt en de hoeveelheid CO2 die de plant op-neemt, zijn meetbaar.

Computermodellen
De meetgegevens van de verschillende sensoren kunnen worden vastgelegd met dataloggers. De gegevens uit de dataloggers kunnen weer worden afgelezen door de computer. Dit geeft de mogelijkheid om heel precies de omstandigheden tijdens de verschillende groeifasen te bewaken. Uiteindelijk kan er dan een groeimodel worden gemaakt, waarmee de gehele teelt gestuurd kan worden. Op deze wijze wordt bij elke teelt een universeel eindprodukt geleverd.

Onderzoek
Rhizopon zal in de komende decennia doorgaan met onderzoek, samen met kwekers en onderzoekers over de hele wereld. Hierbij zullen we uitgaan van de laatste inzichten in de plantenfysiologie en gebruik maken van de ontwikkelingen in de electronische gegevensverzameling en -verwerking.


Klik hier om rechtstreeks naar de stektabel te gaan.